Lange tijd is het voor mij helemaal niet vanzelfsprekend geweest om naar binnen te keren en te voelen. Ik was wel erg gevoelig voor van alles, maar echt mijn lijf en mijn emoties voelen kon ik niet. Of beter gezegd: durfde ik niet. Het is niet dat ik me daar toen bewust van was, ik was bovendien een puber, maar terugkijkend kan ik zeggen dat ik geen stevige basis in mezelf voelde van waaruit ik alles in mij kon voelen en toelaten. Dus stopte ik het weg. Ik deed hard mijn best op school, speelde veel piano, had een bijbaantje en deed leuke dingen met vriendinnen. Ik was eigenlijk altijd bezig en vooral ook bezig met presteren.
De prijs van al het wegstoppen en altijd bezig zijn waren jarenlange slaapproblemen, altijd moe zijn, rug- en schouderpijn, me onzeker voelen, niet weten wat ik echt wil. Mijn lijf gaf zo veel signalen, maar ik wist niet wat ik daarmee moest en vond ze vooral heel vervelend. Totdat ik op mijn 18e een burn-out kreeg. Toen kon ik niet langer om mezelf heen en moest ik wel gaan voelen. Ik moest mijn eigen signalen serieus gaan nemen. Ik leerde naar mijn lijf te luisteren en mijn hart te volgen.
In de jaren die volgden ging het op en af. Ik deed wat ik leuk vond, namelijk met muziek bezig zijn, maar was daarmee toch ook vaak, of misschien wel vooral, bezig met presteren. Ik was dan wel meer bezig met mijn eigen gezondheid en balans tussen inspanning en ontspanning, maar die balans sloeg toch meestal door naar inspanning. Ik was eigenlijk alsnog altijd bezig en zette mezelf pas ergens onderaan mijn to do list. Eerst werken, dan pas voor mezelf zorgen en rusten.
Dus ja, zeven jaar na de eerste burn-out had ik een tweede. Ik was al die zeven jaren bang geweest dat het weer zou gebeuren en nu het zover was kon ik het niet geloven. Wekenlang heb ik het ontkend. Ik vertelde mezelf dat ik waarschijnlijk ‘alleen maar’ oververmoeid was of licht overspannen. Dat bleek uiteindelijk echt niet zo te zijn, ik had een zware burn-out.
Alles wat ik de eerste keer had geleerd kwam weer voorbij en dit keer op een dieper niveau.
De eerste keer wist ik dat dingen anders moesten, deze keer had ik echt geen andere keus meer dan op een nieuwe manier te gaan leven. Ik kón het oude gewoon niet meer. Ik moest mezelf helemaal opnieuw leren kennen. Iedere gedachte, ieder gevoel hield ik tegen het licht. En langzaam kwam mijn echte ik daarin tevoorschijn. De ik die heel veel voelt en daarin op haarzelf vertrouwt. De ik die zichzelf wil laten horen en zien, die er ook voor anderen wil zijn om hen daarin te helpen. De ik die geniet van buiten zijn en houdt van rust en stilte. De ik die met compassie naar de wereld kijkt en verbinding wil met anderen. De ik die avontuurlijk is, op ontdekking wil en een beetje gek is. De ik die hard kan lachen en kan huilen. De ik die overvloed ervaart. De ik die speels is en houdt van het leven.
Ik hou van mijn nieuwe, mijn echte ik. En soms komen de gedachten van mijn oude ik nog even langs. Het blijft een afwisseling tussen angst en vertrouwen, tussen onrust en rust, tussen leven op de automatische piloot en echt vanuit mezelf. Maar het grote verschil is dat ik nu de stevige basis heb in mezelf. Dat ik in stilte durf te zitten om naar binnen te keren en te voelen. Om daarna weer vanuit mezelf de wereld in te stappen. En dat maakt een wereld van verschil.

